Oh ja …het jaar van barmhartigheid

Ze wonen op nog geen steenworp afstand van mijn ouderlijk huis. Moeder en dochter. Het was destijds een groot gezin. Zeven, acht kinderen. Vader niet oud geworden. Moeder overleeft nu het hele dorp. Honderd en twee is ze inmiddels. En dochter trok opnieuw bij moeder in, al meer dan tien jaar geleden. Niet omdat dochter dakloos was. Helemaal niet. Zij is gelukkig getrouwd, heeft zelf volwassen kinderen. Maar samen met haar man besloten ze, als vanzelfsprekend, moeder ook bij het ouder worden, een thuis te blijven geven. Haar eigen huis. En zo woont moeder bij dochter in, in moeders eigen huis. Inwoning bij zichzelf. “Mogen zij één zijn …… ”, ….zoals de evangelist Johannes het gebed van Jezus verwoordt: “één zijn zoals Gij, Vader, in Mij en Ik in U…”.
Daar moet ik telkens aan denken als ik hen opzoek, één à twee keer per jaar. Moeder is tante Bert voor ons, al van jongst af aan voor mijn broer en zussen. En wanneer ik even bij haar zit vertelt ze over wat ze de afgelopen tijd heeft mee “gemaakt”. Daar is voor tante Bert niets “gemaakts” bij. Want leven ontvangen we van “de Heer die hemel en aarde gemaakt heeft”. Van wie anders? Wij maken wel wat méé. Dat is haar vaste overtuiging, haar geloof en haar gebed. Ora et labora is één, bij tante Bert. Con amore. Altijd zo geweest. In oorlog en vredestijd, in huis of onderweg, alleen of in gezelschap. En psalmen zijn daarbij voor haar als arbeidsvitaminen. Ontroeren, bevestigen, geven vertrouwen. Dochter neuriet mee. Met moeder en de psalmist: barmhartigheid en gerechtigheid …… ze omhelzen elkaar. Toen was het ook zo, ruim zeventig jaar geleden, met onderduikers in hun achterkamertje waar nauwelijks over gesproken werd. Dat spreekt voor zich.
Oh ja… dat jaar van barmhartigheid.. Wanneer is dat begonnen? Het wàs al begonnen,  … zie je het niet?

Pastor Hans Smulders

Terug naar de voorgaande pagina
Wij zijn 1 federatie met 10 parochiesvoor iedereen
Tekstgrootte

Bezoek eens de parochie site van Maasdijk

De tijd heelt niet álle wonden, maar ze verzacht ze wel.